paint splash
paintMarken en woeste grondenpaint splashpaint splashpainting

Marken en woeste gronden

Om het gebruik van de gronden te reguleren en te onderhouden, werden door de eigenaren van de grond en bezitters van boerderijen markegenootschappen opgericht, de zogenaamde marken. In Dalfsen werden er van 1300 tot 1450 zeven marken opgericht.

In de vroege middeleeuwen was de omgeving van Dalfsen dunbevolkt. Langs de zandgronden aan de Vecht werden boerderijen gebouwd, omdat de grond heel geschikt was voor akkerbouw. De bij elkaar staande boerderijen vormden een buurschap (boerschap). De boeren maakten mondelinge afspraken over de omgang met elkaar en over het gebruik van de woeste gronden. Dat waren vooral heidevelden, veengronden en plassen, die als gemeenschappelijk bezit werden beheerd. Deze woeste gronden bevonden zich voornamelijk ten noorden van de Hessenweg en in Dalmsholte.

Ontstaan van de marken

Tijdens de middeleeuwen nam de bevolking toe en daarmee ook de vraag naar voedsel. Om daaraan te kunnen voldoen, werd roggeteelt steeds meer toegepast en was plaggenbemesting noodzakelijk. Dit ging ten koste van de heidevelden. Om het gebruik van de gronden te reguleren en te onderhouden, werden door de eigenaren van de grond en bezitters van boerderijen markegenootschappen opgericht, de zogenaamde marken.

Deze markegenootschappen moesten er in de eerste plaats voor zorgen dat de heidevelden voldoende groot bleven. De rechten en plichten van de bewoners van de marke werden opgeschreven in markeboeken. De gebruiksrechten van de woeste gronden werden vastgesteld door middel van een systeem van waren of waardelen (soort aandeel). De waren gaven een bepaald recht op beweiding en het steken van plaggen.

Zeven marken

In Dalfsen werden van 1300 tot 1450 zeven marken opgericht. Ten noorden van de Vecht lagen de marken Rosegaarden en Leusen. Ten zuiden van de Vecht Emmen, Lenthe, Rechteren/Millingen, Hessum en Dalmsholte.

Het einde van de marken

Door technische verbeteringen in de landbouw, zoals de komst van de kunstmest en veranderende opvattingen over gemeenschappelijk bezit, kwamen de marken in de 19de eeuw onder druk te staan. Omstreeks 1850 werden de bezittingen verdeeld onder eigenaren en de marken opgeheven. Gemeenten namen de resterende beheerstaken over.